30 begrippen uitgelegd
Begrippenlijst
In de wereld van schuldhulp en budgetbeheer komen veel termen voorbij. Hier vind je heldere uitleg van de belangrijkste begrippen, zonder ingewikkeld jargon.
A
- Aflossingscapaciteit
- Het maandelijkse bedrag dat iemand maximaal kan afbetalen op schulden, na aftrek van vaste lasten en de beslagvrije voet.
B
- Beschermingsbewind
- Een door de kantonrechter aangestelde bewindvoerder beheert het vermogen en de financiën van iemand die dat zelf niet (volledig) kan.
- Beslagvrije voet
- Het deel van het inkomen waar geen beslag op gelegd mag worden, zodat je in basisbehoeften kunt blijven voorzien.
- Bewindvoering
- Wettelijke maatregel waarbij iemand anders de financiële belangen behartigt; zowel binnen Wsnp als beschermingsbewind mogelijk.
- BKR
- Bureau Krediet Registratie. Centraal register waarin (consumptief) krediet en eventuele betalingsachterstanden worden bijgehouden.
- Budgetbeheer
- Vrijwillige vorm van financiële begeleiding waarbij een professional jouw vaste lasten betaalt en leefgeld uitkeert.
- Budgetcoach
- Begeleider die je leert om zelf grip te houden op je budget, gericht op zelfredzaamheid en niet op overname.
C
- Curator
- Door de rechtbank aangestelde persoon die optreedt namens iemand die volledig handelingsonbekwaam is verklaard.
D
- Deurwaarder
- Officieel ambtenaar die vonnissen uitvoert, beslag legt en dagvaardingen uitreikt namens schuldeisers.
- Dwangakkoord
- Rechterlijke uitspraak waarbij weigerachtige schuldeisers gedwongen worden mee te werken aan een minnelijk akkoord.
F
- Faillissement
- Juridische situatie waarbij iemand zijn schulden niet meer kan betalen; vermogen wordt door een curator beheerd en verdeeld.
G
- Gemeentelijke schuldhulp
- Hulp via de gemeente (Wgs) bij het oplossen of beheersbaar maken van problematische schulden.
K
- Kwijtschelding
- Het (gedeeltelijk) niet hoeven terugbetalen van een schuld, vaak na succesvol afronden van een Wsnp-traject of saneringskrediet.
L
- Loonbeslag
- Beslag op (een deel van) je salaris of uitkering, gelegd door een deurwaarder namens een schuldeiser.
M
- Minnelijk traject
- Vrijwillige regeling buiten de rechter om, waarbij wordt onderhandeld met schuldeisers over een betalingsregeling of sanering.
- Msnp
- Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen: het buitengerechtelijke voortraject van de Wsnp.
P
- Postblokkade
- Maatregel binnen Wsnp waarbij post tijdelijk via de bewindvoerder loopt om overzicht te houden over financiële verplichtingen.
- Problematische schulden
- Schulden die niet binnen 36 maanden kunnen worden afgelost met de huidige aflossingscapaciteit.
S
- Saneringskrediet
- Lening van een kredietbank waarmee schuldeisers in één keer (deels) worden afbetaald; jij lost vervolgens af aan de kredietbank.
- Schone lei
- Verklaring na succesvol afronden van de Wsnp: resterende schulden hoeven niet meer betaald te worden.
- Schuldeiser
- Persoon, bedrijf of instantie aan wie je nog geld verschuldigd bent.
- Schuldhulpverlening
- Verzamelnaam voor alle vormen van hulp bij problematische schulden, van advies tot wettelijke trajecten.
- Schuldsanering
- Traject (minnelijk of wettelijk) waarbij schulden worden gereorganiseerd en vaak deels worden kwijtgescholden.
- Stabilisatie
- Fase waarin inkomsten en uitgaven in balans worden gebracht voordat een sanering kan starten.
T
- Toelatingszitting
- Zitting bij de rechtbank waarin wordt bepaald of iemand wordt toegelaten tot de Wsnp.
U
- Uitkering
- Periodieke betaling vanuit overheid of verzekering ter vervanging of aanvulling van inkomen.
V
- Verrekening
- Het wegstrepen van een vordering tegen een tegenvordering, bijvoorbeeld door de Belastingdienst.
- Vrij te laten bedrag (VTLB)
- Bedrag dat je in de Wsnp maandelijks mag houden voor levensonderhoud, vergelijkbaar met de beslagvrije voet.
W
- Wgs
- Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: verplicht gemeenten om inwoners met schulden te helpen.
- Wsnp
- Wet schuldsanering natuurlijke personen: wettelijk traject van 18 tot 36 maanden dat eindigt met een schone lei bij goed gedrag.
